WijkonderzoekCtC richt zich op de problemen die daadwerkelijk bestaan in een buurt, niet op problemen waarvan mensen dénken dat ze er zijn. De problemen worden allereerst geďnventariseerd met het CtC-scholierenonderzoek. Dit onderzoek wordt verricht onder een representatieve groep jongeren van 12 tot 18 jaar uit de woonomgeving. Op basis van het scholierenonderzoek worden probleemgedrag en indicatoren daarvan in kaart gebracht. Naast het scholierenonderzoek wordt gebruik gemaakt van het bronnenboek Probleemgedrag in cijfers. Dat geeft verder richting aan het zoekproces naar problemen en oorzaken op lokaal niveau, door te vergelijken met landelijke gegevens. Op basis van de lokale probleemanalyse worden conclusies getrokken over de aard en mate van het probleemgedrag. Op grond daarvan worden de belangrijkste onderliggende risico- en beschermende factoren benoemd, waarop het jeugdpreventiebeleid in de wijk, of de sociale wijkaanpak zich vervolgens de komende jaren zal richten. |
||||||||||||