Eigen kracht en Civil Society

Dé uitdaging van de transitie van de Jeugdzorg van provincies naar gemeenten is niet de bestuurlijke verandering en het nieuwe opdrachtgeverschap in de sector. Het is de koersverandering die hiermee samen dient te gaan. Een koersverandering waarbij de instroom in de jeugdzorg wordt verminderd doordat jeugdzorg én preventie in gemeentelijke hand komen. De winst van effectieve preventie is minder instroom in de jeugdzorg. En dat betaalt zich terug aan de gemeenten. Daar waar preventie niet lukt, zal de jeugdzorg in de toekomst noodzakelijker zijn dan ooit tevoren. Een gemiste kans voor de gezinnen en jeugdigen die het aangaat en slecht voor de gemeentekas. Wij maken ons zorgen over de huidige stand van zaken, en met ons vele anderen.

We moeten ‘inzetten op de pedagogische civil society’ is een veelgehoord credo in de adviezen aan gemeenten wanneer zij zich voorbereiden op de transitie en daarbij willen voorkomen de nieuwe opdrachtgever te worden van een gulzige sector. Maar hoe? Door uit te gaan van ‘de eigen kracht in de samenleving’. Maar dat gaat niet vanzelf. In onze westerse, geïndividualiseerde samenleving wordt bij opvoedvragen of problemen in de thuissituatie nog te vaak professionele zorg ingeroepen en te weinig een beroep gedaan op buren, familie en school. Het gebeurt nog wel, denk aan het goed ‘nabuurschap’ in sommige plattelandsgemeenschappen, de steun voor elkaar in de ‘extended families’ van met name Surinaamse en Antilliaanse gezinnen en de juf die soms nog de tijd kan vinden om op huisbezoek te gaan en daarbij over meer praat dan de Cito-toets.  Dat zijn stuk voor stuk voorbeelden van de inzet van ‘eigen kracht’ uit het netwerk rondom een gezin. Met de ervaring uit het netwerk zijn veel vraagstukken in een vroeg stadium op te lossen en problemen te voorkomen. Ook serieuze problemen kunnen vaak binnen het sociale netwerk van een kind en het gezin al een heel eind worden opgelost. Door gebruik te maken van deze eigen kracht uit het netwerk kan een beroep op professionele zorg in veel gevallen worden voorkomen. En dat is nu juist wat we willen bereiken in ons land. Met andere woorden, meer dan nu het geval is de eigen kracht van de civil society gebruiken als instrument om de dure jeugdzorg te verminderen. En dat wat goed gaat gebruiken als buffer tegen wat niet goed gaat. De leef- en leerwerelden van het kind zijn thuis en op school, maar ook in de wijk en in de vriendengroep. Op alle vier de terreinen kunnen beschermende factoren helpen om vroegtijdig problemen te voorkomen en kunnen alle mensen helpen, klein en groot.

Wanneer wij roepen dat de civil society dé plek is waar met preventie en eigen kracht van het sociale netwerk de instroom in de jeugdzorg kan worden verminderd en dat dit de toenemende kosten in de jeugdzorg kan helpen terugdringen, bedoelen wij niet dat gemeenten elk maatschappelijk initiatief financieel moeten ondersteunen. Nee, om ook hierop regie te kunnen voeren is een goed beeld nodig van wat in de woonomgeving van de kinderen goed en minder goed gaat. Dat beeld is te verkrijgen door met behulp van de jeugd zelf, de kennis en kunde van professionals en andere betrokkenen rondom de jeugd in de wijk en door onderzoek van de bekende cijfers over risicovol gedrag, over armoede, over schoolresultaten etc. de buffers en risico’s van de leefwerelden van een kind in beeld te brengen. Daarmee is een zeer nauwkeurige analyse te maken van de beschermende en de risicofactoren in de wijk en kan er gericht en effectief worden ingezet op de civil society. De gemeente voert de regie.

De beschermende factoren kunnen in alle leefwerelden van het kind liggen, net zoals de risicofactoren dat kunnen. In het gezin helpt een goed voorbeeld door de ouders. En ook een kind dat zijn talent op school erkend weet, heeft daarmee een buffer tegen negatieve invloeden. Buurtbewoners en verenigingen die kinderen de ruimte geven mee te doen met activiteiten en vrienden die sportief gedrag tonen wanneer ze op straat met elkaar voetballen, zijn voorbeelden van ‘beschermende factoren’ die de kans op het ontwikkelen van probleemgedrag tijdens de adolescentie verkleinen.

De preventiestrategie of het regiemodel Communities that Care analyseert een wijk op de beschermende en de risicofactoren waarmee kinderen in aanraking komen en op probleemgedrag. De aanwezigheid van voldoende beschermende factoren verkleint de kans op probleemgedrag, de aanwezigheid van risicofactoren vergroot de kans. Door vervolgens te investeren in wat helpt om probleemgedrag te voorkomen, de beschermende factoren, wordt de buffer verstevigd. Dat zijn investeringen die noodzakelijk zijn om de instroom in de jeugdzorg te voorkomen én de civil society gericht te ondersteunen. Immers het vertonen van probleemgedrag, is een van de belangrijkste factoren voor het inschakelen van jeugdzorg; en door de inzet van eigen kracht uit de civil society kunnen veel problemen worden voorkomen.

De kennis over en het versterken van de beschermende factoren in een gemeenschap biedt de mogelijkheid om de civil society gericht handen en voeten te gegeven. Daarmee geeft een gemeente preventie effectief vorm en gaat ze de instroom in de jeugdzorg tegen. De ‘winst’ van deze investering blijft waar die hoort: bij de gemeente en bovenal bij de jeugd die opgroeit in een omgeving die helpt problemen te voorkomen en kinderen helpt op te groeien tot volwaardige en gewaardeerde leden van onze samenleving.

 

Hans Lorijn (@johanneslorijn) is Directeur van Stichting Welzijn De Wolden en Manon Marges (@manonmarges) adviseur preventief jeugdbeleid bij Seinpost Adviesbureau. Beide auteurs zijn coach Communities that Care.

 



 Zie ondermeer het Briefadvies Bevrijdend kader voor de jeugdzorg, van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO), 2011.

Hier is beschreven een deel van de Sociale-ontwikkelingsstrategie, behorend bij de Communities that Care –strategie ontwikkeld door preventie-wetenschappers J.D. Hawkins en R.F. Catalano, Universiteit van Washington, Seattle, en sinds 1985 uitgevoerd in vele wijken. De CtC-strategie is in Nederland doorontwikkeld en aangepast aan de lokale situatie.

Communities that Care (CtC) is een methode om te werken aan effectief preventief jeugdbeleid die zich baseert op wetenschappelijk aangetoonde verbanden tussen beschermende en risicofactoren en probleemgedragingen van adolescenten (geweld, delinquentie, problematische alcohol- en drugsgebruik, schooluitval, tienerzwangerschap, depressie en angst). CtC is in vele Nederlandse gemeenten toegepast en wordt onder meer ondersteund door ondergetekende coaches.

Zie bijvoorbeeld het rapport Opgroeien in veilige wijken, Evaluatie van Communities that Care in Maassluis, Hoogvliet en Leiden Stevenshof, door J. Mak ea, Verwey-Jonker Instituut, april 2009.