CtC en de Toekomst: bijeenkomst 21 maart 2013

Op 21 maart 2013 organiseerde DSP-groep de bijeenkomst 'CtC en de Toekomst'. Onderwerpen die in de bijeenkomst aan bod kwamen waren de nieuwe website, CtC en de Transitie van de jeugdzorg en de vernieuwing van de vragenlijst. Lees hier de samenvatting van het verslag.

 

Samenvatting VERSLAG Programma bijeenkomst ‘CtC en de toekomst’

Op 21 maart 2013

Aanwezigen:

Bram van Dijk, DSP (BD)

Marga van Aalst, DSP (MA)

Willemijn Roorda, DSP (WR)

Marieke Meij, Mediad (MM)

Emile Eshuis, Reimerswaal (EE)

Ivo Godthelp, Hoek van Holland (IG)

Hans Lorijn, coach (HL)

Desiree Lesger, coach (DL)

Nanda van Beest, Leiden (NB)

Ingrid Mazurel, Leiden (LM)

Peter Meulenberg, gemeente Goes (PM)

Monique van Deursen, Rotterdam Pr. Alexander (MD)

Ester van Sprundel, onderzoeker Scoop (EvS)

Ebru Avci, Coördinator Wmo, Capelle aan den IJssel (EA)

 

Website (door Marga van Aalst, DSP-groep)

De nieuwe CtC-site wordt gedemonstreerd: www.ctcholland.nl en www.ctc-holland.nl
Door de aanwezigen wordt opgemerkt dat het logo niet meer van deze tijd is.

1e pagina: deze pagina is gereserveerd voor nieuwsberichten en nieuwe artikelen. De bedoeling is dat de CtC gemeenten en projectleiders hier input voor leveren.
2e pagina (kaart Nederland met CtC-gemeenten): Op deze pagina komen links naar de gemeente die bezig zijn met CtC. Marga vraagt of alle gemeenten stukjes willen aanleveren met daarin een beschrijving van CtC in hun gemeente. Wijkprofielen en projectplannen zijn ook welkom.
3e pagina: hier staat alle informatie over de methode en de programma’s. De database van het NJI is aan een update toe. Deze site blijft onder verantwoordelijkheid van NJI vallen.
4e pagina: (discussie-pagina): Marga legt uit dat hier discussies gevoerd kunnen worden over onderwerpen die de belangstelling hebben. We kunnen hiervoor ook Linked-in gebruiken. Er bestaat al een linked-in groep. Manon Marges is hiervan administrator. Andere mogelijkheid is dat we een email sturen als we iets nieuws hebben op de site. De mogelijkheden van Twitter en Facebook worden niet aantrekkelijk gevonden.

Marga vraagt welke onderwerpen er aan de site moeten worden toegevoegd?

Reacties aanwezigen:
Het is belangrijk dat we de succesverhalen van gemeenten op de site plaatsen. Bijvoorbeeld:

  • Leiden: In Leiden binnenkort 3e meting. Er is een mini-symposium geweest.
  • Hoek van Holland: In Hoek van Holland komen veel gunstige resultaten uit het onderzoek. Roken, alcohol- en drugsgebruik zijn bijvoorbeeld allemaal gedaald ten opzichte van de vorige meting en ook op andere probleemgedragingen wordt aanzienlijk beter gescoord dan voorheen.

 

‘Toepassing van CtC in Reimerswaal’ (door Emile Eshuis)

"Sociale ‘dorpsaanpak’ zoals deze in de gemeente Reimerswaal wordt uitgerold”

Kracht van CtC is dat je aan de slag kunt gaan met professionals. Samen kunt bepalen wat de risicofactoren zijn en dit kunt aanvullen met de resultaten van het onderzoek.

De belangrijkste aanpassingen die in Reimerswaal aan de CtC-methodiek zijn gedaan zijn:

  • Gebruik maken van aanvullende bronnen, doordat de cijfers uit het onderzoek onvoldoende draagvlak gaven voor prioritering
  • Het inventariseren bij de mensen zelf, met professionals er op een eerlijke manier over praten, de geheimzinnigheid wegnemen
  • Doelen stellen: wat wil je bereiken over 4 jaar?

In Reimerswaal was een lage respons op het CtC-onderzoek. Daarom zijn de resultaten aangevuld met bronnen van Scoop (Sociale staat van Zeeland en jeugdmonitor Scoop). Vervolgens is er een preventieteam samengesteld. In eerste instantie alleen met professionals (GGD, scholen, huisarts, Indigo). Later is dit aangevuld met bewoners. Met dit team is goed resultaat gehaald.
De resultaten van de jeugdmonitor en CtC zijn met elkaar vergeleken en er is gekeken welke programma’s al gebruikt worden en welke er moeten worden toegevoegd. Het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) heeft hier ook rol in gekregen.

Rilland: Er waren erg veel initiatieven voor een klein dorp. De stofkam is er door gegaan. Ook hier gaat men voor de sociale dorpsaanpak. CJG en Brede school zijn de trekkers van het project.

Reacties aanwezigen:

Als je geld hebt om evidence-based programma’s in te zetten, moet je het doen. Maar je moet geen programma’s wegsaneren alleen omdat ze niet evidence-based zijn. Initiatieven uit het dorp zijn vaak heel waardevol. Je kunt aan deze initiatieven voorwaarden verbinden, bijvoorbeeld de uitvoerende organisaties zelf aan laten tonen wat het bereik en meerwaarde zijn van hun programma's.

 

‘Toepassing van CtC in Goes’ (door Peter Meulenberg)

“In Goes gebruiken we de Communities that Care (CtC) methodiek als vaartuig voor het vormgeven van de sociale wijkaanpak. Bewonersparticipatie vormt hierin een belangrijk onderdeel, met als doel het versterken van de sociale netwerken in de wijk/kern. Door het versterken van de formele en informele (sociale) netwerken binnen de wijk/kern, wordt de leefbaarheid en de binding met de wijk versterkt en werkt dit als buffer tegen probleemgedrag en voorkomt dat jongeren/burgers zwaardere zorg nodig hebben.” 

In Goes wordt vanuit de bewoners gewerkt. Het scholierenonderzoek is ook hier gekoppeld aan de staat van Zeeland. De methodiek is: Wijk wat is je kracht!

CtC is in Goes breed opgezet, niet alleen jongeren, maar ook ouderenorganisaties worden betrokken. Doel is jong en oud goed met elkaar in contact brengen. Binnen de wijk wordt gekeken wat de kracht van de wijk is. Er worden onder andere wijkfeesten georganiseerd en jongerendebatten.

Bij de keuze van programma’s wordt uitgegaan van wat wordt gedragen door de wijk. Evidence-based is minder van belang. Resultaat is dat de samenwerking is verbeterd. De probleemjongeren zijn in beeld en worden indien nodig naar Veiligheidshuis gestuurd.

Aandachtspunt van bewoners in het preventieteam is dat sommige zaken te abstract zijn voor bewoners. Ze noemen het dan ook geen CtC, maar wijkaanpak. Richting bewoners wordt over beschermende factoren gesproken, richting professionals over risicofactoren. Bewoners willen namelijk niet steeds horen dat er problemen in hun buurt zijn. Maar de prioriteiten zijn samen geselecteerd.

Binnenkort wordt in Goes weer een scholierenonderzoek afgenomen.

Reacties aanwezigen:

Door regelmatig te blijven rapporteren, bijvoorbeeld ieder kwartaal, houd je het CtC-elan levend. Dit kun je combineren met CtC-cafés. In Goes noemen ze dit wijkcafés.

Peter Meulenberg: In Goes gaan we minder uit van de cijfers, meer van een kwalitatieve aanpak.. Door de anderen wordt opgemerkt dat je hebt zowel cijfers als kwalitatieve informatie nodig hebt.

 

Discussie ‘CtC en transitie in de jeugdzorg’ (geleid door Bram van Dijk, DSP-groep)   

Met de transitie jeugdzorg krijgen gemeenten de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van alle zorg voor kinderen, jongeren en hun opvoeders. Gemeenten kunnen de zorg voor jeugd herkenbaarder, dichterbij en minder bureaucratisch organiseren. Daarmee staan gemeenten voor een omvangrijke uitdaging die naast transitie nog twee grote opdrachten omvat, namelijk besparing en transformatie:

  1. Transitie: gemeenten bereiden zich voor op de overname en inrichting van de taken en verantwoordelijkheden op het gebied van jeugd-ggz, provinciale jeugdzorg, gesloten jeugdzorg, jeugdreclassering, jeugdbescherming en jeugd-lvg.
  2. Besparing: deze taken moeten zij verwezenlijken met een aanzienlijke besparing; netto € 80 miljoen in 2015, oplopend tot € 300 miljoen vanaf 2017.
  3. Transformatie: met als resultaat een nieuwe opbouw van de ondersteuning en zorg voor jeugdigen en hun opvoeders binnen hun sociale context, met waar nodig een integrale aanpak van de problematiek.

Deze drie opdrachten bieden ook kansen. Door de schaarste aan middelen en de noodzaak de ondersteuning van zorg voor jeugdigen opnieuw op te zetten kan een gemeente haar hele aanbod kritisch beschouwen en opnieuw opzetten. Voor de gemeente is het van belang dat zij weet wat ze heeft, inzet wat werkt en een effectieve en efficiënte regie voert over het aanbod van jeugdvoorzieningen. En hier komt Communities that Cares van pas. De CtC methodiek geeft een kader voor lokale sturing van het preventieve jeugdbeleid. Succes in de preventieve sfeer betekent dat er minder druk staat op het vervolgtraject. Hiermee wordt het doel waarmee de stelselwijziging jeugdzorg is ingezet (het terugdringen van de druk op geïndiceerde zorg) daadwerkelijk bereikt. De regie ligt bij de gemeente en hun Centra voor Jeugd en Gezin.

Welke aanpassingen zijn nodig om CtC beter te laten aansluiten bij de transitie van de jeugdzorg. Belangrijke vraagstukken in dit verband zijn:

  • Resultaten: worden met CtC resultaten zichtbaar gemaakt?
  • Sturingsinformatie: waar hebben gemeenten behoefte aan en kan CtC dat bieden?

Toekomst CtC onderzoek:
Wat willen we de komende jaren met CtC? Welke dingen moeten anders? Wat zijn de consequenties voor het CtC-onderzoek?

Reacties aanwezigen:

  • Minder vasthouden aan evidence-based onderzoek: loslaten als het niet kan. Als je de kans, ruimte en mogelijkheden hebt wel evidence-based te doen, doe het, maar sla er niet in door.
  • Binnen CtC is vooral de risicofactorenkant opgetuigd. De beschermende factoren zijn niet goed van de grond gekomen, terwijl juist deze veel kansen bieden, handvatten geven. In Goes wordt vooral ingezet op beschermende factoren. Met CtC kan gemeente geld besparen, doordat de jeugdzorg een preventiever karakter krijgt. Je krijgt hierdoor meer welzijn, minder hulpverlening. Men noemt het in Goes werken aan de voorkant.
  • Er moet een paradigma switch komen. Er moet meer gepraat worden met verenigingscoaches en jongeren in de wijk. Het gaat om de sociale cohesie en het versterken van de wijkaanpak.
  • Meer vrijheid: Rotterdam liep stuk op de methodiek en de bezuinigingen. Er waren teveel programma’s en activiteiten. Dit is vooral het geval in grote gemeenten. Zeeland is een goed voorbeeld: je moet je eigen draai aan CtC geven.
  • Men vreest dat de transitie vooral een technisch verhaal wordt. Dat de vraag: ‘hoe kunnen we jeugdzorg naar gemeenten krijgen?’ belangrijker wordt geacht dan de vraag: ‘hoe verkleinen we het probleemgedrag onder jongeren’. Deze vragen horen wel samen. Maar de bezuinigingen zijn de grootste bedreiging voor het voortzetten van CtC. CtC is een enorme stap voorwaarts! Maar je moet er praktischer mee omgaan. En je moet de politiek meehebben.
  • CtC moet een preventief instrument blijven. Aandacht moet niet worden verschoven naar zwaardere problematiek. Je moet CtC niet vermengen met jeugdzorg. Je kunt beter de methode verder uitwerken voor volwassenen, richting de sociale situatie in de wijk.

Dingen die aan het onderzoek moeten veranderen:

  • Qua vragenlijst hangen er nu wel erg veel lampjes in de kerstboom. Er kunnen lampjes uit en die kunnen voor een deel vervangen worden door andere lampjes. Mogelijk onderwerpen die kunnen worden toegevoegd aan de vragenlijst: internet/gameverslaving, pesten, gezondheid, voeding, slaap, eetverslaving, vrijetijdsbesteding, cultuurvragen. Depressievragen kunnen er uit.
  • Meer aandacht voor beschermende factoren. Ook een matrix maken die het verband tussen probleemgedrag en beschermende factoren weergeeft.